LAATSTE NIEUWS

Alle Berichten

Klik hier om terug te gaan naar alle berichten.

AANSPRAKELIJKHEID ADVOCATEN ICESAVE

januari 2015
Schoenmaker blijf bij je leest: adviseren naar buitenlands recht, (hoe) doe je dat als advocaat?

Wanneer uw rechtsgeschil de grenzen overschrijdt, verdient het de voorkeur om een buitenlandse advocaat mee te laten kijken. Spera & Partners te Heerlen en Aken hebben zowel naar Nederlands recht als Duits recht gespecialiseerde advocaten in dienst die in grensoverschrijdende geschillen nauwgezet samenwerken.

Dat het in veel zaken, doch zeker in enigszins gecompliceerde zaken, van belang is een gespecialiseerd advocaat te raadplegen, blijkt opnieuw uit recente jurisprudentie.  Op 15 oktober 2014, gepubliceerd op 18 november 2014, liet de rechtbank Den Haag zich uit over een claim tegen een advocatenkantoor ter zake bemoeienissen in een Icesave-zaak (ECLI:NL:RBDHA:2014:12620).

Robein, een Nederlandse vennootschap die een levensverzekeringsmaatschappij exploiteert, had in totaal € 10.000.000,00 bij Icesave ondergebracht, middels storting in deposito’s. Nadat op Icesave de noodregeling ex artikel 3:160 en 3:202 Wet op het financieel toezicht  van toepassing is verklaard, heeft  Robein zich ter indiening van haar vordering op Icesave tot een advocatenkantoor gewend.

De vordering van Robein betrof een preferente vordering, doch werd ingediend als concurrente vordering, zo bleek bij afwikkeling. Robein stelt daarop het advocatenkantoor, de behandelend advocaat en de eindverantwoordelijke advocaat aansprakelijk voor de door haar geleden schade,  alsook alle aan het samenwerkingsverband van het kantoor deelnemende advocaten, deze laatste vanwege het feit dat het kantoor onderverzekerd is in het geval de vordering van Robein wordt toegewezen

De aan het kantoor gemaakte verwijten bestaan  enerzijds daarin dat de behandelend advocaat bij de uitoefening van zijn werkzaamheden niet heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat. Zo heeft hij volgens Robein zonder enige deskundigheid van het IJslands (insolventie)recht geadviseerd over dat recht, zonder Robein omtrent zijn ondeskundigheid ter zake te informeren. Meer concreet verwijt Robein de advocaat dat hij haar vordering met de verkeerde preferentie heeft ingediend, terwijl voorts ook is nagelaten navraag te doen naar de juistheid van indiening, als gevolg waarvan de vordering naar IJslands recht als concurrente in plaats van preferente vordering wordt aangemerkt, alsook dat is verzuimd bij indiening van de vordering aanspraak te maken op rente over de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de behandelend advocaat inderdaad een beroepsfout jegens Robein gemaakt heeft, zij oordeelt onder andere:

‘Wanneer een Nederlandse advocaat dient te oordelen over buitenlands recht, in dit geval IJslands recht, brengt de voornoemde verplichting mee dat een advocaat, voor zover hij het buitenlandse recht onvoldoende beheerst, 1) zelf een advocaat inschakelt die het recht waarover geadviseerd moet worden wel voldoende beheerst, dan wel 2) de zaak doorverwijst naar een advocaat met voldoende kennis van het betreffende buitenlands recht, maar ten minste 3) in voldoende mate kenbaar maakt aan zijn opdrachtgever dat hij het buitenlandse recht onvoldoende beheerst en daarbij op de mogelijke risico’s die dat met zich brengt.
Tussen partijen is niet in geschil dat [..] geen IJslandse advocaat heeft geraadpleegd. Voorts is gesteld noch gebleken dat hij destijds over (voldoende) relevante kennis van het IJslandse recht beschikte, zodat de rechtbank ervan uitgaan dat die kennis bij hem ontbrak. Onder die omstandigheden had [..], toen hij er toch toe overging om zelf op basis van IJslands recht te adviseren, Robein voldoende duidelijk kenbaar moeten maken dat hij het IJslandse recht onvoldoende beheerste. Dit heeft [..] echter nagelaten’.

Anderzijds bestaat het aan het advocatenkantoor gemaakte verwijt daarin dat de eindverantwoordelijke advocaat had moeten opmerken dat de behandelend advocaat op onjuiste wijze adviseerde en had moeten voorkomen dat een en ander tot schade voor Robein zou leiden.

Ook deze beroepsfout acht de rechtbank aanwezig, zij acht van belang de ernst van de onopgemerkte fout alsook het feit dat de eindverantwoordelijke advocaat specifiek door Robein benaderd was om de zaak te behandelen en derhalve met de zaak bekend was. De eindverantwoordelijke advocaat heeft onvoldoende toezicht gehouden op de behandelend advocaat en daarmee zelfstandig een beroepsfout jegens Robein gemaakt.

Beide advocaten worden persoonlijk aansprakelijk geacht voor de door Robein geleden schade, tevens wordt het advocatenkantoor als opdrachtnemer voor de gemaakte beroepsfouten aansprakelijk geacht.

De andere grondslag van de aansprakelijkheid, het niet zorgdragen voor voldoende verzekeringsdekking, acht de  rechtbank niet aanwezig, de betreffende grondslag was onvoldoende onderbouwd zodat niet bleek dat het advocatenkantoor haar verzekeringsdekking in strijd met de artikelen 2 en 3 van de Verordening beroepsaansprakelijkheid 1991 regelde. Op dit punt werden de vorderingen jegens het advocatenkantoor de aan het samenwerkingsverband ter zake verbonden advocaten afgewezen.

De aansprakelijkheid van het advocatenkantoor was derhalve gegrond op de door de behandelend en eindverantwoordelijke advocaten gemaakte beroepsfouten, hetgeen in beginsel betekent dat alle door Robein geleden schade vergoed dient te worden.

Het advocatenkantoor, alsook de persoonlijk aansprakelijk gestelde advocaten, beriepen zich echter met succes op een in de algemene voorwaarden, welke op de overeenkomst van opdracht tussen Robein en het advocatenkantoor van toepassing waren, opgenomen exoneratie beding, inhoudende  dat de aansprakelijkheid  steeds beperkt is tot het door de door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering uit te keren bedrag (vermeerderd met het  eigen risico), althans tot het bedrag van maximaal tweemaal het door het advocatenkantoor bij de opdrachtgever in rekening gebrachte bedrag, met een maximum van € 50.000,00.

Een exoneratiebeding kan in beginsel alleen dan niet worden ingeroepen wanneer dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit was volgens de rechtbank niet het geval, waarbij de rechtbank van belang achtte dat het exoneratiebeding geen algehele uitsluiting van aansprakelijkheid inhield, Robein een professionele contractspartij en in bedrijfsomvang grotere partij dan het advocatenkantoor is, alsook met het feit dat Robein bekend was of moest zijn met de algemene voorwaarden en het daarin opgenomen exoneratiebeding.

Een dure fout voor het advocatenkantoor, enkel omdat zij adviseerde naar buitenlands recht. Het verdient dan ook steeds de voorkeur een buitenlandse advocaat mee te laten kijken wanneer uw rechtsgeschil de grenzen overschrijdt. Niet alleen voor het advocatenkantoor zelf, doch met name voor de cliënt, immers is het in onderhavige casus – gelet op het exoneratiebeding – toch vooral Robein die aan het kortste eind trekt.

Spera & Partners te Heerlen en Aken hebben zowel naar Nederlands recht als Duits recht gespecialiseerde advocaten in dienst die in grensoverschrijdende geschillen nauwgezet samenwerken. Heeft u met zulk een geschil te maken, aarzel dan niet en neem contact met ons op (045 – 4009591 /info@spera-ar.nl).

Spera & Partners

Met vestigingen in Nederland en Duitsland kan ons kantoor de grensoverschrijdende vraag naar juridische diensten op een professionele wijze invullen.

Valkenburgerweg 18 6411 BN HEERLEN (Nederland)
T. +31 (0)45 400 9591
F. +31 (0)45 400 9262

Amerikalaan 70 D 6199 AE MAASTRICHT (Nederland)
T. +31 (0)43 325 5524

Klever Straβe 88  40477 DÜSSELDORF (Duitsland)
T. +49 (0)211 5403 9693
F. +49 (0)211 5403 9520